Ronde van Nederland

DE KINESIST STEUNT DE HELDEN IN DE ZORG EN RIJDT MEE MET DE HELDEN RIDE 2020

Ik fiets echt én virtueel voor onze helden in de zorg in een virtuele editie van de ronde van Nederland.

Steunfonds voor Zorgverleners met Corona

De Stichting Zorg na Werk in Coronazorg heeft het Steunfonds voor Zorgverleners met Corona in het leven geroepen. Zij staan vooraan en blijven, ondanks de toenemende werkdruk, uitputtende hulpmiddelen en blootstelling aan COVID-19, overeind om patiënten te redden. Zij verdienen onze steun, meer dan een applaus. Zij zorgen voor ons. Laten wij nu zorgen voor die zorgverleners die in de strijd tegen Corona zijn getroffen. De zorg bestaat uit financiële steun aan hen of hun familieleden in nood. 

Ten bate hiervan organiseert de toertochtenorganisatie NL Tour Rides, de Helden Ride 2020. Deelnemers fietsen in hun eigen omgeving een zogenaamde 'Ronde van Nederland', waarbij je echt gereden kilometers ten gunste komen van de Helden in de Zorg.

Er is een virtuele Ronde van Nederland van 1000km (Epic Challenge) en één van 500km (Intense Challenge). Ik ga natuurlijk de Epic Challenge doen. Ik hoop dat jullie mij willen sponsoren. Donaties zijn 100% voor het Steunfonds voor Zorgverleners met Corona. En ohw ja, en je donatie zal worden verdubbeld door de Staat! Hoppa!!

Hoe werkt het?

We mogen buiten in onze nabije omgeving of binnen fietsen en bij voorkeur Solo. We registreren de rit met Strava. Na afloop uploaden we de gefietste kilometers op heldenride.nl. Op het leaderbord kunnen jullie zien hoe ver ik ben in de Ronde van Nederland! Alle gereden kilometers tellen mee voor de virtuele Helden Ride 'Ronde van Nederland'.

Dus als je tijdens de Corona-crisis nog een eurootje over hebt. Dan vind je in de onder onderstaande link een prima besteding.

https://www.heldenride.nl/campaigns/ron-beurskens/ 

homeimage

Verzekering 2020

4 zaken om te overwegen bij je zorgverzekering

 

Halverwege november worden traditiegetrouw alle nieuwe zorgpremies bekendgemaakt. Verzekeraars wachten uit concurrentieoverwegingen tot vlak voor de deadline. Consumenten ontvangen uiterlijk woensdag de nieuwe premie van hun huidige polis en kunnen dan gaan kijken of ze beter en goedkoper af zijn bij een overstap. De prijs is daarbij lang niet het belangrijkste. Denk aan deze vier dingen bij het vergelijken van zorgverzekeringen.

1. Premie

Buiten de hoogte van de premie, loont het bijvoorbeeld ook zeker de moeite om zorgverzekeringen te vergelijken op voorwaarden. Het basispakket is voor iedereen hetzelfde, maar de voorwaarden niet. Goedkoop nu, kan dus zomaar duurkoop zijn in 2020.

1. Collectiviteit

Twee op de drie verzekerden heeft een collectieve zorgpolis. Het voordeeltje dat je kreeg omdat je een polis via bijvoorbeeld je werk had, gaat door de helft. Vanaf 2020 mogen zorgverzekeraars namelijk nog maar 5% premiekorting geven op collectiviteiten, zoals de zorgpolis via de werkgever. Die was 10% (al zat bij sommige collectiviteiten maar een korting van 7% of 8%). Let dus goed op wat dit voor jouw premie doet. Bovendien valt er juist voor mensen met collectieve polissen vaak wat te besparen.

De collectiviteitskorting wordt vaak een sigaar uit eigen doos genoemd. De korting komt doorgaans niet door een veel voordeligere inkoop van zorgbehandelingen, maar door een iets hogere premie bij de rest van de verzekerden te vragen. Als een polis alleen maar collectieve verzekerden heeft, is de korting in feite dus nul. En die korting gaat kleiner worden, een reden om op te letten dus.

"Collectieve polis lang niet altijd het allergoedkoopst"

Als bijvoorbeeld Zilveren Kruis een officiële premie bekendmaakt, kun je ervan uitgaan dat de premie van de collectieve zorgpolis nog een paar euro harder stijgt, omdat een deel van de korting vervalt. Misschien een goede reden om je zorgverzekering te overwegen.

Je zorg verzekeren via een collectieve polis hoef je overigens lang niet altijd te doen om flink te besparen. Hoewel collectief verzekerden gemiddeld in het afgelopen jaar zo’n €25 op jaarbasis goedkoper uit waren, kun je nog goedkoper uit zijn als je dat wilt. Uit onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) blijkt dat je met een ’individuele polis’ soms wel €80 goedkoper kan zijn dan de gemiddelde collectieve versie. De NZa wijst er ook op dat lang niet alle polissen met korting worden aangeboden.

Wil je echt goedkoop uit zijn? Doorgaans hebben grote zorgverzekeraars nog wel polissen met bijvoorbeeld minder vrije zorgkeuze, enkel online service en minder aanvullende pakketten erin. Die opties zijn vaak goedkoper dan de pakketten die je werkgever voor je regelt. Wel lever je dan wat in op polisvoorwaarden.

3. Zorgverleners

Wat is het verschil tussen een restitutie- en naturaverzekering?

Restitutie

Bij een restitutiepolis heeft de verzekerde recht op de vergoeding van de kosten van zorg. Of een verzekerde kiest voor een gecontracteerde of ongecontracteerde zorgaanbieder maakt geen verschil. De zorgverzekeraar vergoedt de rekening, tenzij de rekening onredelijk hoog is. Uitgangspunt hiervoor is het marktconforme tarief. Dit is een prijs vastgesteld door de verzekeraars zelf. Zit jouw therapeut boven deze tarieven dan betekent dit dat het verschil in prijs voor jouw rekening is.

Dit zijn de gemiddelde marktconforme tarieven (2018) per bezoek voor veel voorkomende behandelingen:

De meeste Nederlanders hebben een naturapolis. Dat betekent dat alleen behandelingen bij zorgverleners die een contract bij je zorgverzekeraar hebben ook volledig vergoed worden. Het vergoede bedrag voor fysiotherapie ligt doorgaans tussen de 70 en 85%. Wil je liever geen beperkingen, kies dan een (meestal wat duurdere) restitutiepolis. Daarbij heb je vrije keuze.

Fysiotherapiepraktijk zonder contract. Welke vergoeding krijgen cliënten?

Een patiënt wordt behandeld in een praktijk die geen contract heeft met een zorgverzekeraar. Welke vergoeding krijgt deze patiënt? Het antwoord op deze vraag hangt af van een paar factoren. Heeft hij of zij een natura- of restitutieverzekering? En wordt de behandeling vergoed vanuit de basisverzekering of aanvullende verzekering?

Wat is het verschil tussen een restitutie- en naturaverzekering?

Restitutie

Bij een restitutiepolis heeft de verzekerde recht op de vergoeding van de kosten van zorg. Of een verzekerde kiest voor een gecontracteerde of ongecontracteerde zorgaanbieder maakt geen verschil. De zorgverzekeraar vergoedt de rekening, tenzij de rekening onredelijk hoog is. Uitgangspunt hiervoor is het marktconforme tarief. Dit is een prijs vastgesteld door de verzekeraars zelf. Zit jouw therapeut boven deze tarieven dan betekent dit dat het verschil in prijs voor jouw rekening is.

Dit zijn de gemiddelde marktconforme tarieven (2018) per bezoek voor veel voorkomende behandelingen:

Reguliere fysiotherapie:

tussen de €29 en €32

Kinderfysiotherapie:

tussen de €37 en €44

Screening:

tussen de €10 en €14

Intake en onderzoek na screening:

tussen de €28 en €32

Intake en onderzoek na verwijzing:

tussen de €31 en €41

Let op: Er zijn ook verzekeraars die een maximum tarief aanhouden in plaats van het marktconforme tarief. Vaak ligt dit nog een stuk lager en moet je best veel bijbetalen als je naar een niet gecontracteerde fysiotherapeut gaat. Neem contact op met je verzekeraar voor de exacte tarieven die zij aanhouden.

Natura

Bij een naturapolis heeft de verzekerde recht op de vergoeding van zorg. Als de verzekerde kiest voor een ongecontracteerde zorgaanbieder wordt slechts een deel van de kosten vergoed. De hoogte van de vergoeding verschilt per verzekeraar; dit ligt tussen 65-85% van het gecontracteerde tarief. Over de hoogte van dit percentage worden veel juridische procedures gevoerd.

Wat is het verschil tussen de basis- en een aanvullende verzekering?

Fysiotherapie kan vanuit de basisverzekering en vanuit de aanvullende verzekering vergoed worden. De wettelijke bescherming die geldt gaat uitsluitend over de basisverzekering. Bij de aanvullende verzekeringen hebben verzekeraars meer vrijheid. Om te beoordelen welke vergoeding een patiënt krijgt moet dus naar beide polissen gekeken worden. De terminologie (natura of restitutie) bepaalt op welke vergoeding de verzekerde recht heeft. Als wordt gesproken over een marktconforme vergoeding mag je er vanuit gaan dat er sprake is van een restitutieverzekering en de kosten dus zoals hierboven aangegeven volledig vergoed worden.

Als er gesproken wordt van een lagere vergoeding dan is sprake van een naturaverzekering en geldt een percentage van het gemiddeld door de zorgverzekeraar gecontracteerde tarief. Deze percentages en tarieven zijn te vinden in lijsten die verzekeraars op hun website publiceren.

De terminologie (natura of restitutie) bepaalt op welke vergoeding de verzekerde recht heeft. Als wordt gesproken over een marktconforme vergoeding mag je er vanuit gaan dat er sprake is van een restitutieverzekering en de kosten dus zoals hierboven aangegeven volledig vergoed worden.

Als er gesproken wordt van een lagere vergoeding dan is sprake van een naturaverzekering en geldt een percentage van het gemiddeld door de zorgverzekeraar gecontracteerde tarief. Deze percentages en tarieven zijn te vinden in lijsten die verzekeraars op hun website publiceren.

4. Eigen risico

Iedereen heeft een verplicht eigen risico van €385 (alleen DSW verlaagt dit naar €375). Maar je kunt bij vrijwel alle zorgverzekeraars ook kiezen om wat meer risico te nemen in ruil voor premiekorting. Doorgaans krijg je ongeveer de helft van het vrijwillige eigen risico in korting terug. Kortingen verschillen wel, dus mogelijk kom je door verhogen van eigen risico bij een andere verzekeraar uit. Verhoog je het eigen risico, zorg dan wel dat je mogelijke extra kosten kunt dragen. Een kleine buffer op de spaarrekening is dus wel handig. 

Ik wens jullie veel succes bij het maken van jullie keuze.

Groet Ron Beurskens

IMG_9425

WIELERBLESSURES DEEL 3

TRAINING LOAD MANAGEMENT

Bij het vorige blog lazen we dat training load management een belangrijk onderdeel is van de behandeling van wielerblessures bij De Kinesist. Er wordt in het onderstaande bericht verder in gegaan op training load management oftewel het beheren van de trainingsbelasting.  

Overbelasting

Er is een duidelijke relatie tussen overbelastingblessures en de dysbalans tussen acute trainingsbelasting (1-7 dagen) en de chronische trainingsbelasting (4-8 weken). Chronische belasting zorgt voor een draagkracht om de acute belasting te weerstaan. Ondanks dat dit concept niet is onderzocht in relatie tot blessures én het fietsen, geven deskundige in het vakgebied dit wel aan. Fietsers hebben de grootste kans op blessures als ze een snelle toename in trainingsarbeid hebben ondergaan, zoals tijdens de voorbereidingsperiode na de winter, of het hervatten van het fietsen na een val, of gewoonweg tijdens de intensieve trainingsblok in het seizoen. Ook kan de situatie ontstaan dat er een blessure het gevolg lijkt te zijn van verandering in materiaal. Echter dit is niet het gevolg van nieuw materiaal, maar omdat de verandering is doorgevoerd op een niet-optimaal tijdstip in het seizoen. Het moment dat de fietser al op de maximale belasting zit van zijn belastbaarheid/ tolerantie/ draagkracht. 

Monitoren

Een belangrijke onderdeel in het behandelen van wielerblessures is daarom het beheren van de trainingsbelasting.  De fysiotherapeut, fietser en de trainer dienen het volume, intensiteit en frequentie van de training goed in kaart te brengen. Zodat de fietser de trainingsbelasting kan verdragen en deze parameters in de loop van de tijd kan verhogen. Daar waar mogelijk is het gebruik van een power meter, hartslagmeter en software aan te bevelen om zo de acute en chronische trainingsbelasting te monitoren.  Zoals bijvoorbeeld Strava Summit.

Links

Makelaar

DE KINESIST GAAT VERHUIZEN

Zojuist het contract getekend met de makelaar!

Na 5 jaar hebben we de Van Douverenstraat verruild voor een stijlvol, praktisch en groter pand aan de Kranenstraat.  De stap is om een aantal redenen gemaakt. Allereerst weten steeds meer sporters de praktijk te vinden, zijn er steeds meer clubs/ verenigingen lid geworden van KineClub (de sportmedische ondersteuning voor verenigingen) en worden er steeds meer inspanningstesten afgenomen. Het gaat dus goed met De Kinesist.

Om de groei van de praktijk de komende jaren te kunnen faciliteren werd besloten om de praktijk te verhuizen naar het oude pand van Haegens Bouw. In het pand aan de Kranenstraat 33 huren we twee mooie ruimtes. In de ruimtes hebben we alle vrijheid en voorzieningen die we nodig hebben.

Haegens - kopie

Daarmee kunnen we inspelen op de wensen van de sporters. Een van de wensen is bijvoorbeeld de rolstoel-toegankelijkheid, maar ook de klimaatbeheersing (maakt het revalideren aangenamer en is van belang bij inspanningstesten).  Een andere wens is een verbetering van de hoogte van de ruimte (voor bijvoorbeeld sprongoefeningen).

Ik hoop jullie dan ook binnenkort te mogen verwelkomen in de nieuwe praktijk. Dat mag als je een blessure hebt of voor een inspanningstest, maar ook voor een Magistraal kopje koffie of gewoon uit nieuwsgierigheid of voor de gezelligheid.

Fijne vakantie en tot binnenkort!

Met hartelijke groet, Ron Beurskens

Wout Poels rechtenvrij

WIELERBLESSURES DEEL 2

BELASTBAARHEID BIJ WIELERBLESSURES

Zoals bij elke overbelastingsblessure is het van belang om ook naar de belastbaarheid van de sporter te beoordelen. Het  gaat hier om de algemene belastbaarheid alsook de lokale belastbaarheid. Bijvoorbeeld; een fietser met knieklachten. De overbelasting kan ontstaan als gevolg van een toename in trainingsbelasting, maar kan ook het geval zijn van een verlaagde draagkracht van de wielrenner (=algemene belastbaarheid). Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door spanning, ziekte, verminderde slaap, medicijn gebruik etc ect. De lokale draagkracht/ belastbaarheid van de knie kan ook verminderd zijn, door bijvoorbeeld een oud trauma, compensatie mechanismen ect. 

Lokaal weefsel en botten zijn zich constant aan het aanpassen als gevolg van mechanische belasting. Cellen in het lichaam reageren op de mechanische belasting (lees training in dit geval) met electrochemische reacties (mechanotransductie). Bij een goede trainingsbelasting reageert het lijf met een opbouwende processen en bij overbelasting of juist onderbelasting kan er juist afbrekende processen in de cellen plaatsvinden.

Samenvatting

Samengevat; opstapelende belasting of  trainingsbelasting die hoger is dan je draagkracht/ belastbaarheid van het weefsel kan zorgen voor een blessure. Daarbij is het belangrijk om te realiseren dat weefsel, een gehele keten en zelfs het gehele lijf zich kan aanpassen aan de juiste trainingsbelasting. Het lichaam van een fietser heeft voldoende belasting nodig om zich aan te passen en te verbeteren, maar niet zo veel dat het zich overbelast. Dit is balanseren op een wankelevenwicht.  Bij de behandeling van wielerblessures is “training load management”  oftewel het beheren van de trainingsarbeid een belangrijk onderdeel bij sportfysiotherapiepraktijk De Kinesist. Daarover in het volgende bericht meer.....

IMG_9432

Wielerblessure

Overbelastingsblessures in het wielrennen

Overbelasting

Overbelasting blessures in het fietsen zijn gerelateerd aan de monotone belasting en het behouden van een statische houding gedurende een langdurige tijd. Voor BMX, baanwielrenners en MTB’ers zijn de blessures duidelijk verschillend aangezien deze een explosiever karakter hebben dan het wegwielrennen. Diverse studies geven een duidelijk beeld over de verdeling tussen overbelastingsblessures en acute blessures (bijvoorbeeld bij een val). 

Volgens de internationale cijfers zijn ongeveer 50-60% van de fietsblessures zijn het gevolg van overbelasting. Volgens TNO gaat het in Nederlands om tweederde dat plots is ontstaan en 1/3 geleidelijk aan ontstaan (hierbij dient wel vermeld te worden dat MTB en wielrennen samen zijn genomen in de Nederlandse cijfers).

Wielercultuur.

Laatst las ik een mooi, treffend zinnetje. ,Als een voetballer valt, dan schreeuwt hij om zijn moeder, als een wielrenner valt, schreeuwt hij om zijn fiets.'' Het is daarom discutabel of het aantal blessures niet onderschat worden, omdat blessures in onderzoeken pas meetellen als er trainingen worden overgeslagen of dat er (para)medische hulp wordt ingeschakeld.

Terwijl een overbelastingsblessures of lichte pijntjes bij een wielrenner er zelden voor zorgt dat hij niet traint, het zal hoogstens leiden tot een minder comfortabele rit en in een minder goede prestatie. Het zit niet in de cultuur van fietsers. Dit wordt ondersteund in een studie waaruit bleek dat 67% van de recreatieve wielrenners met een hoge mate van pijn toch bleven rijden. Het is onderdeel van de wielercultuur.

Knie- en rugklachten

De overbelastingsklachten waar prestatieve wielrenners mee rijden is over het algemeen lage rugklachten, terwijl knieklachten zorgen voor het meeste overslaan van trainingen. Recreatieve fietsers hebben dezelfde klachten en daarbij ook nog veel nek- en schouderklachten.

 Dit is waarschijnlijk het gevolg van minder goede adaptie/ aanpassing aan de belasting alsook een minder goed afgestelde fietspositie. Ook dit wordt ondersteund door de studie van het TNO in Nederland.

Top 10 lokalisatie wielerblessure

Matig bewijs

De theorieën rondom wielerblessures zijn gebaseerd op prestatie-data en ervaringen uit de praktijk. De relatie tussen fietspositie en biomechanische factoren en fietsblessures zijn nooit goed wetenschappelijk bewezen. In een systematische review bestaande uit 24 studies, waarvan de meeste van slechte kwaliteit, blijkt dat er geen duidelijke relatie is tussen overbelastingsblessures in het fietsen en bikefitting, lichamelijke factoren of trainingsbelasting. 

En er is matig bewijs dat dat er géén relatie is tussen fiets- en lichaams gerelateerde parameters en blessures. Er is verder onderzoek nodig gezien het beperkte bewijs dat er is tussen risicofactoren en wielrenblessures.kwaliteit, blijkt dat er geen duidelijke relatie is tussen overbelastingsblessures in het fietsen en bikefitting, lichamelijke factoren of trainingsbelasting. 

blog

Lage rugpijn

4 stellingen over lage rugpijn

Het wordt beweerd dat lage rugpijn meer kost dan kanker en diabetes behandelingen gecombineerd. In de Westerse landen heeft lage rugklachten daarmee een grote invloed op mensen en op de maatschappij.  Slechts een klein gedeelte van de mensen met rugklachten is verantwoordelijk voor een groot gedeelte van de kosten. Bijna iedereen zal eens lage rugpijn ervaren in zijn leven. Gelukkig ervaren de meeste mensen een verbetering van de symptomen binnen twee weken en 85%  is volledig herstelt binnen 3 maanden, vaak zonder behandeling. 

Slechts een klein aantal mensen ontwikkelen langdurige en beperkende klachten. In dit blog bericht doen we 4 uitspraken die wellicht verwarrend kunnen zijn en we reiken enkele strategieën aan om de pijn beheersbaar te maken.

1. MRI-scans worden steeds meer gebruikt terwijl ze vaak niet helpen.

Zowel zorgprofessionals alsook cliënten willen graag een MRI-scan van de rug om ernstige oorzaken uit te sluiten of om aan te duiden wat de oorzaak van de klachten is. Het is echter zo dat scans in slechts een klein gedeelte van de gevallen (<5%) een echte belangrijke oorzaak aantonen van de lage rugklachten.

Sterker nog; er is de verdenking dat scans het in sommige gevallen erger maakt. Dit komt omdat scans altijd wel “iets” laten zien. Veel scan’s laten wel iets zien dat ernstig klinkt, zelfs al zijn deze vrij normaal en zijn ze geen verklaring voor de klachten die iemand ervaart. Bijvoorbeeld bulging discs en degenereerde tussenwervels, die veel overeenkomsten hebben met grijze haren en rimpels. Ze komen meer voor terwijl we ouder worden zonder dat het gevaarlijk is.

Helaas wordt mensen vertelt dat deze zaken betekenen dat hun rug beschadigt is en dit kan leiden tot verdere angst en spanning,  of er voor zorgen dat cliënten verder het medisch circuit ingaan. Daarom zou je twee keer na moeten denken voordat je een scan aanvraagt.

Een kort consult bij je huisarts of fysiotherapeut is vaak genoeg om te bespreken of een scan echt nodig is of niet. Realiseer je dat een scan nog altijd kan. Tot slot bedenk je, dat hetgeen dat de radioloog zal opschrijven over je scan soms beangstigend is, maar niet alles wat de specialist opschrijft is een verklaring van de klachten die je voelt.

2. Fysieke activiteiten kunnen pijnlijk en beangstigend zijn – echter ontwijken van belasting is vaak een slecht idee.

Lage rugklachten kunnen vaak starten met een beweging zoals tillen, draaien of tuinieren. Wanneer iemand veel pijn heeft, dan is rusten een begrijpelijke strategie. In de eerste paar dagen kan het vermijden van bewegingen de klachten verminderden, zoals ook bij andere blessures zoals een verstuikte enkel. Op de lange termijn is het echter onverstandig. Divers onderzoek heeft aangetoond dat actief blijven en je algemene dagelijkse activiteiten weer opbouwen beter heelt dan langdurige rust. Ondanks dat bewegen uitdagend zal zijn en in eerste instantie wellicht ook pijnlijk is het verstandig om beetje bij beetje weer in beweging te komen. 

Je activiteiten weer opbouwen is veilig en op de lange termijn ook beter voor je.  Geen paniek wanneer je een beetje stijf bent en pijn hebt als je taken in het algemeen dagelijks leven weer oppakt. Dit is niet automatisch slechts en betekent ook niet automatisch schade aan de rug. Belangrijk om te vermelden is ook dat er geen oefeningen goed of slecht is voor de rug. Alle vormen van bewegingen schijnen te helpen, wel is belangrijk om dit (rustig) op te bouwen en het te blijven volhouden. Dat in ogenschouw nemend zorg voor  een oefening of activiteit waarin je plezier beleeft, voldoende geeft en je bijna altijd en overal kunt uitvoeren.

3. Lage rugklachten zitten niet tussen de oren- maar gedachten en emoties zijn wel belangrijk.

Sommige lage rugklachten kunnen het gevolg zijn van een specifieke blessure, maar in veel gevallen is er geen sprake van een groot trauma of van een ongeval. Ongeacht of er nu een specifiek trauma was of niet, veel andere factoren kunnen van invloed zijn op het (vertraagde) herstel van de lage rugklachten. Daarbij horen gemoedstoestand, angst, verstoorde relaties op het werk of thuis, stressvolle levensgebeurtenissen of een verstoord slaappatroon. Gelijk aan hoofdpijn; je kunt behoorlijk veel pijn ervaren, maar dat wilt niet zeggen dat er iets “stuk” is, maar ze zijn vaak gerelateerd aan spanning of een verminderd slaappatroon en hoe deze onze algemene belastbaarheid beïnvloeden en ons immuunsysteem.

Wanneer je beangstigende oorzaken en prognoses vertelt worden over lage rugklachten, dan kan dit leiden tot nog meer spanning van de spieren in de lage rug hetgeen de pijn verder laat toenemen.  Hoe dan ook ben je bewust hoe je gedachten en emoties je algemene gezondheid beïnvloedt en ook je pijnbeleving. Dit kun je vergelijken met een volumeknop van je stereo installatie. De vanuit de radio blijft hetzelfde, de volumeknop bepaalt echter hoe hard dat het geluid binnenkomt. Bij ons hebben  emoties en gedachten een invloed hoe ver de volume knop van pijn open of dicht staat en daarmee hoe hard dat het binnenkomt in het brein

fysio

4. Rugproblemen voorkomen klinkt fantastisch, maar je pogingen zouden ook een onderdeel kunnen zijn van het probleem.

Aangezien lage rugpijn je behoorlijk kan beperken en het de maatschappij veel geld kost, wordt er veel geïnvesteerd in preventie. Dit is begrijpelijk, voorkomen is tenslotte beter dan genezen. Alleen de preventieve maatregelen zijn in het verleden vaak niet effectief gebleken. Er zijn bijvoorbeeld pogingen gedaan om de belasting op de werkvloer te verminderen en de ergonomie op het kantoor te verlagen, deze hebben echter noch de pijn, beperkingen, noch het verzuim verminderd. Sterker nog, deze benaderingen hebben mensen onnodig ongerust gemaakt over hun dagelijkse werktaken zoals het buigen van de rug, tillen en zitten.

Er zijn een tweetal alternatieven.

1.       Behalve te focussen op fysieke factoren zoals houding en ergonomie, is het mogelijk dat preventie programma’s zich meer concentreren op belangrijkere risicofactoren (bijvoorbeeld; slaap, spanning, gemoedstoestand, angst, tevredenheid op het werk en algemene gezondheid)

2.      De tweede optie is misschien meer omstreden, maar misschien is preventie wel onrealistisch en werkt het niet. De reden hiervoor is dat rugpijn – identiek aan vermoeid raken of verdrietig worden – dat het nu eenmaal gebeurt in het leven. We willen het niet, maar het beurt gewoon, het wordt er gewoon bij. Het overkomt bijna iedereen op een bepaald moment in het leven.

Echter wat niet normaal is, is het niet relatief snel herstellen van lage rugpijn. Daarom zou het geld en de moeite die in preventie gestoken wordt, wellicht beter gespendeerd kunnen worden aan het geven van goede, juiste en wetenschappelijk onderbouwd advies als mensen lage rugpijn krijgen. Zodat de cliënten ook weten wat ze moeten doen.

Voorste-kruisband

Het ontstaan van kruisband letsel

Hoe scheur je nu eigenlijk de voorste kruisband af?

Wellicht herken je het volgende; je staat langs de kant van het voetbalveld. Je ziet plotseling een voetballer een vreemde beweging maken en vervolgens schreeuwend van de pijn op de grond liggen. Geen tegenstander in de buurt. De schreeuw van de pijn gaat door merg en been bij je. Achteraf hoor je dat de voetballer zijn voorste kruisband heeft afgescheurd. Maar hoe gebeurd nu eigenlijk zoiets?

Een scheur van de knieband (VKB) treedt doorgaans op tijdens een combinatie van een draaibeweging en het naar binnen knikken van de knie.  (foto toevoegen). Vaak hoort de sporter een plop en er is vaak direct/  acute zwelling en pijn met een instabiel gevoel.

Afhankelijk van de ernst van het trauma en de krachten die optreden tijdens het trauma zullen er andere letsels in de knie optreden naast de VKB laesie: bijvoorbeeld meniscus of kraakbeenletsels en het scheuren van andere banden (ligamenten) in de knie.

Heb jij het vermoeden dat jij je voorste kruisband hebt afgescheurd? Laat je goed beoordelen door een arts, orthopeed of fysiotherapeut

Dit kan (ook zonder verwijzing) bij De Kinesist.

Inspanningstest

Lactaat

Waarom gebruiken we bij De Kinesist geen lactaat testen?

Melkzuur

Vraag aan een sporter: hoe komt het dat je van zware inspanning snel moe wordt? Grote kans dat je het antwoord krijgt: dat komt door de verzuring. Of wat meer in detail: dat komt door de ophoping van melkzuur in je spieren. Maar nu het mogelijk is om tijdens het sporten in de spieren te kijken, blijkt daar minder zuur aanwezig dan verwacht zo schrijft Henk Leenaers al in 2004 in het NRC. 

Sterker nog er verscheen in het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift Science een artikel met de provocerende titel: Lactic acid - the latest performance enhancing drug. Melkzuur als stimulerend middel? Dat is de wereld op zijn kop. Hoe zit het nu?

Normaal gesproken haalt de spier zijn energie uit de royaal in het lichaam aanwezige suikers en vetten. Bij de verbranding daarvan gebruikt de spier zuurstof en produceert koolzuur, een afvalproduct dat via de bloedbaan de longen bereikt om te worden uitgeademd.

Bij extreme spierbelastingen begint deze verbrandingsmotor in het lichaam te haperen; ondanks zijn gehijg kan de sporter onvoldoende zuurstof naar de spieren brengen om de brandstof goed te verbranden. Noodgedwongen schakelt het lichaam over op een verbranding zonder zuurstof. Waardoor er naast koolzuur ook H+-ionen en lactaationen vrijkomen. H+ en lactaat zijn samen melkzuur.

Door productie van melkzuur treedt PH-daling op (verzuring) in de spier en uiteindelijk ook in het bloed. Dit heeft als gevolg schade aan de spierwand en aantasting van de enzymsysteem tot gevolg. Het enzymsysteem dat noodzakelijk is voor energielevering en spiercontractie. Waardoor het het vermogen van de spier om samen te trekken afneemt. Met andere woorden melkzuur is de oorzaak van vermoeidheid. Tenminste zo werd altijd gedacht en verzuring is een algemeen begrip geworden. 

Wel lactaat, geen verzuring

Anaerobe verbranding van glucose (verbranding van de brandstof zonder zuurstof), leidt tot een productie van lactaat, maar niet tot verzuring zo legt Wim Burgerhout uit in zijn artikelen in Sportgericht. Sterker nog de H+ ionen die vrijkomen worden gebonden; de verzuring wordt tegen gegaan! Maar toch zien we een PH-daling in de spieren. Hoe kan dat? 

Het blijkt dat uit een ander stuk verbranding een H+-ion vrij komt. Vergelijk het met een gerecht dat bereid is met azijn en keukenzout. Daarin zul je H+-ionen tegen komen (uit de azijnzuur) en Cl-ionen tegenkomen (uit het zout), wil het zeggen dat er zoutzuur in het eten is gedaan? Nee, en zo is het ook met het melkzuur. 

Concluderend: De spier ontwikkelt bij inspanning geen melkzuur. Wel de bouwstenen van melkzuur (lactaat en H+ -ionen), maar die komen vrij uit verschillende biochemische processen.

Merlkzuur en bloedzuur ontkoppelen

De klassieke theorie dat spiervermoeidheid door ‘melkzuur’ wordt veroorzaakt, is zeer onwaarschijnlijk geworden. Wel treedt er verzuring op. Echter de laatste onderzoeken tonen aan dat verzuring de spier lijkt te beschermen tegen beschadiging.

Daarbij komt nog dat het in de spier geproduceerde zuur door het bloed wordt afgevoerd. Jeneson geeft aan dat dit voor de longen een signaal is om extra koolzuur af te voeren. "Kijk je alleen naar de spier, en dan zie je de verzuring, kijk je naar het hele lichaam dan zie je hoe de been spieren samenwerken met hart en longen".

We moeten dus melkzuur en bloedzuur ontkoppelen. Jeneson vermoedt ook dat een daling van de PH in het bloed het ademhalingssysteem aanspoort om over te gaan op op flink hijgen. Als een flink ventilator blazen de longen het overtollige zuur uit de spieren.

IMG_9432

De praktijk

Kort maar krachtig gezegd: lactaat is gezond en van verzuren worden je spieren niet moe. Wat betekent dit nu voor de trainingspraktijk? Fysiologie Hoogleraar aan de universiteit van Maastricht toont ook al zijn twijfels "als een enkele spier melkzuur produceert dan mengt een heel klein beetje met 5 liter schoonbloed. Dat geeft een enorme verdunning." De waarde van zo'n meting is dus heel beperkt "want als je in de zee plast gaat de temperatuur van de zee ook niet omhoog". 

kracht

Revalidatie: vrije gewichten versus machines

Waarom gebruiken we bij De Kinesist vrije gewichten?

Actieve revalidatie

Binnen de revalidatie neemt de aandacht voor het onderdeel actieve revalidatie zienderogen toe. Dit is vooral te danken aan de veranderde inzichten ten aanzien van de opdracht van de fysiotherapeut. Waar de fysiotherapeut vroeger vooral aan "het behandelen" was, wordt de functie meer en meer, terecht, naar de rol van begeleider gestuurd.

De cliënten zullen door deze veranderingen ook meer en meer van "passieve ontvanger" naar een meer actieve binnen de revalidatie moeten verschuiven. Deze veranderde rol voor de sportfysiotherapeut maakt een aanpassing van de kennis ook noodzakelijk. Zowel in de basisopleiding als in de diverse nascholoingscursussen, wordt de methodische opbouw van training, adaptie (=aanpassing) en fysiologie van bewegen en belasten een vast geïntegreerd vakgebied

Revalideren is sporten met een blessure.

Passieve maatregelen kunnen afhankelijk van de situatie de omstandigheden voor hertstel wellicht verbeteren, echter het herstel van de homeostase (evenwicht in het lichaam) is een lichaamseigen en aangeboren proces. Dit proces verloopt alleen dan optimaal en functioneel wanneer de sporter de juiste prikkels aan de geblesseerde structuur geeft. De functie bepaald het orgaan is de onbetwiste regel in de fysiologie van adaptatie (aanpassing van het lijf). Therapie is trainen wat je niet kunt oftewel revalideren is sporten met een blessure. 

Vervolgens zal de cliënt zelf moeten aangeven naar welk niveau (sport, hobby en werk) hij of zij wil terugkeren. Zo is de weg welke we met de actieve revalidatie (training) moeten gaan volgen staat beschreven. 

kracht

Machines versus vrije gewichten

De sporter dient door training dus zijn blessures te overwinnen. De discussie, of het gebruik van vrije gewichten (dumbelss, halters etc) wel of geen voordelen geeft ten opzichte van machinetraining, lijkt welhaast niet uit de wereld te helpen. 

Toch geeft het wetenschappelijk onderzoek alsmede de praktijkervaring hiervoor nauwelijks ruimte en lijkt de discussie steeds meer door vooral de industrie in het leven geroepen te worden. De motivatie zal hiervoor duidelijk zijn. In dit artikel willen wij de voordelen en nadelen van vrije gewichten ten opzichten van machines op een rij zetten op basis van de gegevens welke in de laaste jaren in de literatuur zijn verschenen. 

Indien we nu een vergelijking maken tussen het gebruik van vrije gewichten versus machines, zijn er verschillende invalshoeken mogelijk. Het meest van belang voor dit artikel is de vergelijking van deze twee mogelijkheden tijdens de revalidatie van patiënten met aandoeningen van het bewegingsapparaat. Uiteraard is ook een vergelijking mogelijk voor het gebruik als algemene fitness, preventie van blessures, training en ouderen etc. 

Criteria

De navolgende criteria zijn in de literatuur beschreven: 

  • Transfer
  • Technische variaties
  • Coördinatie
  • Neuromusculaire ontwikkeling
  • Stabiliteit
  • Balans
  • Propioceptie
  • Synchronisatie
  • Krachtontwikkeling
  • Snelheidsontwikkeling
  • Beweeglijkheid
  • Ballistische impuls
  • Countermovement
  • Systeemeffect
  • Begeleiding
  • Budget

Uitwerking van de criteria

Transfer

Transfer naar het dagelijks leven in hobby, sporten werk kan alleen dan plaatsvinden wanneer de bewegingen welke worden getraind ook daadwerkelijk qua bewegingsstructuur, synchronisatie, stabiliteit , contractiemechanisme etc overeenkomen. Het zal een ieder duidelijk zijn dat dit alleen middels vrije gewichten kan worden gerealiseerd, daar alleen op deze wijze aan de eerdergenoemde parameters kan worden voldaan. 

Technische variaties

Een zeer belangrijk voordeel van vrije gewichten zijn de enorme hoeveelheid variaties welke men doorvoeren kan. Zo kan men afhankelijk van de mogelijkheden van de sporter het bewegingsverloop, uitgangshouding en de uitvoering aanpassen, zodat deze overeenkomen met de gestelde doelen van de revalidatie

Neuromusculaire ontwikkeling

Dit zal voor iedere fysiotherapeut een bekend begrip zijn. Het heeft te maken met de bewegingsstructuur. Om bewegingen te leren, moet men de bewegingen overeenkomstigmet het doel gaan uitvoeren. Het heeft tevens te maken met de contractievorm (manier van aanspannen van een spier).

Men moet de bijbehorende contractiemechanismen overeenkomstig met het revalidatie doel laten uitvoeren. Neuromusculaire ontwikkeling bepaald voor een deel de coördinatieve mogelijkheden van een cliënt. Ook het motorunit size principle is hierbij van grote betekenis. 

Coördinatie

Het samenspel tussen alle receptoren (sensoren) welke de beweging sturen en analyseren en analyseren en de musculatuur (spieren) welke de beweging mogelijk maken dienen overeenkomstig de gestelde doelen worden uitgevoerd. Dat men alleen middels gebruik te maken vrije gewichten dit harmonische samenspel kan imiteren zal duidelijk zijn

Stabiliteit

De verschillende fabrikanten gebruiken criterium vaak als argument om op machines te trainen, omdat men goed gestabiliseerd de verschillende oefeningen uit kan voeren. Helaas gaat men dan voorbij aan het feit dat de daar geschilderde stabiliteit op passieve wijze wordt verkregen. Tijdens onze dagelijkse activiteiten is het vooral van belang dat men gedurende de dag de actieve stabiliteit kan waarborgen (dus met spieren). Tijdens de verschillende handelingen als iets van de grond tillen, iets uit de kast halen, een deur opentrekken/ duwen etc. zal men de kracht moeten inzetten vanuit een actieve stabiliteit.

Countermovement

Countermovement (voorrek) is de overgang van excentrische naar concentrisch, maar het doel de concentrische krachtsontwikkeling te vergroten (versnelling). Deze contractievorm is voornamelijk in de sportrevalidatie van groot belang. Deze bewegingen kunnen uitsluitend met vrije gewrichten gereproduceerd worden.

Balans

De belans welke tijdens alle bewegingen in het dagelijks leven voorwaarde is voor stabiliteit, coördinatie en transfer worden tijdens de verschillende machineoefeningen niet op de proef gesteld. De verkregen passieve stabiliteit in machines, maakt het voor dit zeer belangrijke systeem onnodig te reageren, laat staan dat de balans zal adapteren.

Om revalidatie functioneel te laten verlopen, zodat we de verkregen adaptaties ook inderdaad kunnen gebruiken, moet dit systeem in de oefenstof worden ingepast. Kortom vrije gewichten zullen ten alle tijde de voorkeur genieten indien ook dit criteria wordt vervult.

Priopioceptieve kinestaetische feedback

De informatie uit de periarticulaire structuren (buiten het gewricht gelegen) en spieren zijn van eminent belang om een beweging tijdens het verloop te kunnen blijven sturen (preventie van blessures). Daar verschillende croteria als stabiliteit, coördinatie, transfer, contractievorm etc van belang zijn voor een functionele adaptatie, zal de propioceptieve kinestaetische feedback moeten overeenkomen met de gestelde doelstellingen.

Bij het gebruik van machines vallen de meeste criteria weg of worden onvoldoende en a-specifiek aangesproken. Korto wederom geen transfer, niet specifiek voor de dagelijkse activiteiten en dus weglaten van machines uit een revalidatie protocol

Synchronisatie

Synchronisatie is het functionele samenspel tussen de verschillende spiergroepen tijdens de dagelijkse activiteiten. Tijdens het tillen van een voorwerp zullen niet alleen de armspieren in een perfect samenspel moeten functoneren, de schouder en rugmusculatuur zorgen voor de noodzakelijke actieve stabiliteit zodat de armspieren überhaupt deze voor het oog een eenvoudige beweging kunnen uitvoeren. De onderste extremiteit zal op zijn beurt de basis vormen voor de stabiliteit zodat de rugmusculatuur zijn functie als actieve stabilisator kan uitvoeren.

Een complete keten van spiercontracties zijn noodzakelijk in een perfecte synchronisatie om de meest eenvoudige bewegingen mogelijk maken. Dit principe wordt ook wel het "Closed Kinetic Chain" principe genoemd. Het zal duidelijk zijn dat bij training met vrije gewrichten deze synchronisatie van de spiergroepen ook inderdaad noodzakelijk is en daarbij getraind wordt. Bij machinetraining wordt door de zittende, liggende of gefixeerde houding deze synchronisatie (aktieve stabiliteit in de totale keten) nietgevraagd. In de revalidatie en preventie van aandoeningen aan het bewegingsapparaat zullen we machinetraining danook zoveel mogelijk moeten uitsluiten.

Krachtontwikkeling

In de verschillende studies is aangetoond dat de krachtontwikkeling bij het trainen met vrije gewrichten sneller verloopt in vergelijking met machinetraining voor de gelijke beweging. Dit is te verklaren uit de veel grotere verstoring van de homeostase door de noodzakelijke actieve stabiliteit en de complexe coördinatie welke bij vrije gewichten gevraagd wordt. Zie systeemeffect. Indien het doel van de revalidatie verhoging van de kracht is, zullen ook wat dit criterium betreft de vrije gewrichten de voorkeur krijgen boven de machines. 

Snelheidsontwikkeling

Vrije gewrichten kan men in zowel in de concentrische fase als in de excentrische fase versnellen afhankelijk van het doel van de training. Denk aan cyclische explosiefkracht, werp en slagkracht (pre-stretch en plyometrie), excentrische remmen etc. Bij machines zijn deze contractievormen niet mogelijk, waarbij de concentrische versnelling in sommige aangepaste apparaten binnen bepaalde grenzen mogelijk kan zijn. Echter door de afwezige synchronisatie en actieve stabiliteit is deze contractievorm in apparaten niet raadzaam uit te voeren.

Indien snelheidsontwikkeling het doel van de revalidatie- en preventietraining is (o.a. training bij rugklachten, ouderen en training, valpreventie bij osteoporose, werp- en sprongtraining, chronische instabiliteit van de schouder etc.) zullen deze contractievorm uitsluitend met vrije gewichten doorgevoerd kunnen en mogen worden. 

Beweeglijkheid

De beweeglijkheid vergoten en behouden bestaat uit een tweetal componenten. Enerzijds oeten alle peri- en intra-articulaire (ín het gewricht) structuren (kapsel, synovia [gewrichtsslijmvlies], retinacula etc), de beweeglijkheid mogelijk maken, aan de andere kant moet de beweging in alle situaties worden gestabiliseerd door het musculaire apparaat. Alleen op deze wijze is een controle over het totale bewegingsverloop risicoloos mogelijk.

Rekken of mobiliseren van peri-articulaire structuren is alleen dan zinvol, indien na doorvoeren van deze technieken, de bewgeing ook actief wordt getraind in de volle ROM. Indien dit niet gebeurd zal de visco-elastische eigenschap "elastic deformation" van het bindweefsel er voor zorgen dat de uitgangswaarde van voor de mobilisaties binnen 20 - 30 minuten weer wordt bereikt. "Plastic deformation" met de daaruit resulterende mogelijke morfologische adaptatie zal niet optreden. Daar we met vrije gewichten de volle ROM kunnen trainen in verschillende richtingen en daarbij gelijktijdig de coördinatie en de stabiliteit functioneel moeten aanwenden, is de training met vrije gewichten de uitgelezen manier ter verbetering of onderhoud van de mobiliteit.

Ballistische impuls

Met ballistische impuls wordt bedoeld de overgang van excentrische naar concentrische contracties en omgekeerd. Zoals al bij snelheidsontwikkeling is beschreven zijn deze overgangen in apparaten bijna onmogelijk te realiseren. Veelal wordt beweerd dat deze overgangen gevaarlijk zijn voor het bewegingsapparaat, echter het zijn de bewegingen die in de dagelijkse situaties zeer frequent voorkomen, denk daarbij aan trapaf lopen, rennen, springen, struikelen, een bal werpen, snel reageren op veranderingen, snelle bewegingsveranderingen etc.

Indien juist getraind (vrije halters) zullen deze ballistische momenten geen problemen, geven in het bewegingsapparaat. Daarbij komt nog dat men door ballistische training de spierspoelmechanismen en Golgi-pees receptoren positief beïnvloed, wat op zijn beurt weer een groot preventief effect op spier-pees aandoeningen. 

Systeemeffect

Onder systeemeffect wordt verstaan de effecten op het totale organismus, waarbij in de zin van krachttraining de hormonale respons een van de belangrijkste is. Omdat bij het trainen met vrije gewichten de totale spieractiviteit vele malen groter is in vergelijking met de training in machines, is de daaraan gerelateerde hormonale respons groter en specifieker. 

Het reusltaat is onder andere de al eerder gememoreerde grotere krachtontwikkeling, maar ook de cardiovasculaire (hart en bloedvaten) en cardiopulmonale (hart-long) adaptatie (aanpassing) zal op een hoger niveau plaatsvinden. Niet voor niets wordt in de literatuur voor osteoporose patiënten en voor ouderen iin het algemeen de squat (kniebuigen) en deadlift als hoofdoefeningen beschreven, met de grootste transfer naar een functioneel en actief dagelijks leven.

Begeleiding

Omdat het trainen met vrije gewichten in de eerste paar trainingssessies zich voornamelijk richt op het coördinatieve leerproces, is een goede begeleiding terzake kundige therapeut van het grootste belang. Na deze coördinatieve fase kan de patiënt alleen zijn schema gaan afwerken, waarbij de therapeut nog regelmatig de verrichtingen van de cliënt nog volgt. Bij trainen op een machine wordt van de coördinatieve vaardigheid van de patiënt weinig tot niets gevraagd, waardoor de patiënt na een snelle instructie zijn ronde kan lopen.

Helaas, zoals uit bovengenoemde punten reeds is gebleken, zal het effect van de training voor de revalidatie en preventie geen transfer kunnen verzorgen naar de dagelijkse activiteiten. Het veel gebruikte argument dat machines makkelijk en daardoor minder gevaarlijk zijn is een drogreden om op begeleiding te sparen en/of dure machines te laten aanschaffen. Bij revalidatie en preventie gaat het om de functionele en specifieke belastbaarheidsverhoging van de patiënt, deze zijn alleen door het gebruik van vrije gewichten te garanderen.

Budget

Het enorme financiële voordeel van de aanschaf van vrije gewichten tegenover de aankoop van design apparatuur, zou eigenlijk door een goede begeleiding moeten worden gecompenseerd.

Aangezien van de adequate adaptatieprocessen weke door het gebruik van vrije gewrichten in het lichaam worden gestimuleerd, is het gebruik van vrije gewrichten ook uit het trainingstechnisch en economisch oogpunt nog van belang. De cliënt kan de oefeningen thuis op een eenvoudige manier reproduceren door gebruik te maken van de diverse materialen. Zodoende is de cliënt in staat regelmatig (noodzakelijk voor optimale adaptatie en belastingsverhoging), soms zelfs meerdere malen per dag zijn oefeningen uit te voeren (coördinatie). De patiënt is niet afhankelijk van de apparaten in het fitnesscentrum, waardoor veel reistijd en kosten worden bespaard. Deze tijd kan worden gebruikt voor de verschillende korte en adequate oefensessies.

Het allerbelangrijkste blijft echter dat de adaptatie welke door de juiste keuze van oefeningen plaatsvindt, functioneel en specifiek van karakter is en in het dagelijks leven in sport, hobby en werk kan worden ingezet. Doordat de adaptatie een transfer heeft naar de dagelijkse activiteiten zal de patiënt gemotiveerd blijven voor de training en zal het belangrijke effect op de preventie van recidiven eveneens kunnen worden bereikt.

Algemeen

Conclusie

Samengevat kunnen we stellen dat de eerste en enige keuze binnen de revalidatie van aandoeningen aan het bewegingsapparaat, alsmede de preventieve training, zeer zeker bij ouderen, uit vrije haltertraining moet bestaan.

De uitvlucht als zou training met vrije gewichten gevaarlijk en veel te moeilijk zij , kan en mag niet staande gehouden worden. Veelal zal het de therapeut zelf zijn die moeite heeft met de oefeningen en daardoor de keuzemogelijkheid aan de patiënt voorbij laat gaan. 

logo_wit

Contact

Bezoekadres

Kranestraat 33 in Horst

Postadres:

Van Douverenstraat 18

5961 JJ Horst

Nederland

BIG-geregistreerd: 59055916204

ron@dekinesist.nl

Openingstijden

Ma: 08:00 - 17:00 uur
Di: 08:45 - 21:00 uur
Wo: 08:00 - 17:00 uur
Do: 08:45 - 21:00 uur
Vrij - Zo Gesloten