Waarom gebruiken we bij De Kinesist vrije gewichten?

Actieve revalidatie

Binnen de revalidatie neemt de aandacht voor het onderdeel actieve revalidatie zienderogen toe. Dit is vooral te danken aan de veranderde inzichten ten aanzien van de opdracht van de fysiotherapeut. Waar de fysiotherapeut vroeger vooral aan "het behandelen" was, wordt de functie meer en meer, terecht, naar de rol van begeleider gestuurd. De cliënten zullen door deze veranderingen ook meer en meer van "passieve ontvanger" naar een meer actieve binnen de revalidatie moeten verschuiven. Deze veranderde rol voor de sportfysiotherapeut maakt een aanpassing van de kennis ook noodzakelijk. Zowel in de basisopleiding als in de diverse nascholoingscursussen, wordt de methodische opbouw van training, adaptie (=aanpassing) en fysiologie van bewegen en belasten een vast geïntegreerd vakgebied

Revalideren is sporten met een blessure.

Passieve maatregelen kunnen afhankelijk van de situatie de omstandigheden voor hertstel wellicht verbeteren, echter het herstel van de homeostase (evenwicht in het lichaam) is een lichaamseigen en aangeboren proces. Dit proces verloopt alleen dan optimaal en functioneel wanneer de sporter de juiste prikkels aan de geblesseerde structuur geeft. De functie bepaald het orgaan is de onbetwiste regel in de fysiologie van adaptatie (aanpassing van het lijf). Therapie is trainen wat je niet kunt oftewel revalideren is sporten met een blessure. 

Vervolgens zal de cliënt zelf moeten aangeven naar welk niveau (sport, hobby en werk) hij of zij wil terugkeren. Zo is de weg welke we met de actieve revalidatie (training) moeten gaan volgen staat beschreven. 

kracht

Machines versus vrije gewichten

De sporter dient door training dus zijn blessures te overwinnen. De discussie, of het gebruik van vrije gewichten (dumbelss, halters etc) wel of geen voordelen geeft ten opzichte van machinetraining, lijkt welhaast niet uit de wereld te helpen. Toch geeft het wetenschappelijk onderzoek alsmede de praktijkervaring hiervoor nauwelijks ruimte en lijkt de discussie steeds meer door vooral de industrie in het leven geroepen te worden. De motivatie zal hiervoor duidelijk zijn. In dit artikel willen wij de voordelen en nadelen van vrije gewichten ten opzichten van machines op een rij zetten op basis van de gegevens welke in de laaste jaren in de literatuur zijn verschenen. 

Indien we nu een vergelijking maken tussen het gebruik van vrije gewichten versus machines, zijn er verschillende invalshoeken mogelijk. Het meest van belang voor dit artikel is de vergelijking van deze twee mogelijkheden tijdens de revalidatie van patiënten met aandoeningen van het bewegingsapparaat. Uiteraard is ook een vergelijking mogelijk voor het gebruik als algemene fitness, preventie van blessures, training en ouderen etc. 

Criteria

De navolgende criteria zijn in de literatuur beschreven: 

  • Transfer
  • Technische variaties
  • Coördinatie
  • Neuromusculaire ontwikkeling
  • Stabiliteit
  • Balans
  • Propioceptie
  • Synchronisatie
  • Krachtontwikkeling
  • Snelheidsontwikkeling
  • Beweeglijkheid
  • Ballistische impuls
  • Countermovement
  • Systeemeffect
  • Begeleiding
  • Budget

Uitwerking van de criteria

Transfer

Transfer naar het dagelijks leven in hobby, sporten werk kan alleen dan plaatsvinden wanneer de bewegingen welke worden getraind ook daadwerkelijk qua bewegingsstructuur, synchronisatie, stabiliteit , contractiemechanisme etc overeenkomen. Het zal een ieder duidelijk zijn dat dit alleen middels vrije gewichten kan worden gerealiseerd, daar alleen op deze wijze aan de eerdergenoemde parameters kan worden voldaan. 

Technische variaties

Een zeer belangrijk voordeel van vrije gewichten zijn de enorme hoeveelheid variaties welke men doorvoeren kan. Zo kan men afhankelijk van de mogelijkheden van de sporter het bewegingsverloop, uitgangshouding en de uitvoering aanpassen, zodat deze overeenkomen met de gestelde doelen van de revalidatie

Neuromusculaire ontwikkeling

Dit zal voor iedere fysiotherapeut een bekend begrip zijn. Het heeft te maken met de bewegingsstructuur. Om bewegingen te leren, moet men de bewegingen overeenkomstigmet het doel gaan uitvoeren. Het heeft tevens te maken met de contractievorm (manier van aanspannen van een spier). Men moet de bijbehorende contractiemechanismen overeenkomstig met het revalidatie doel laten uitvoeren. Neuromusculaire ontwikkeling bepaald voor een deel de coördinatieve mogelijkheden van een cliënt. Ook het motorunit size principle is hierbij van grote betekenis. 

Coördinatie

Het samenspel tussen alle receptoren (sensoren) welke de beweging sturen en analyseren en analyseren en de musculatuur (spieren) welke de beweging mogelijk maken dienen overeenkomstig de gestelde doelen worden uitgevoerd. Dat men alleen middels gebruik te maken vrije gewichten dit harmonische samenspel kan imiteren zal duidelijk zijn

Stabiliteit

De verschillende fabrikanten gebruiken criterium vaak als argument om op machines te trainen, omdat men goed gestabiliseerd de verschillende oefeningen uit kan voeren. Helaas gaat men dan voorbij aan het feit dat de daar geschilderde stabiliteit op passieve wijze wordt verkregen. Tijdens onze dagelijkse activiteiten is het vooral van belang dat men gedurende de dag de actieve stabiliteit kan waarborgen (dus met spieren). Tijdens de verschillende handelingen als iets van de grond tillen, iets uit de kast halen, een deur opentrekken/ duwen etc. zal men de kracht moeten inzetten vanuit een actieve stabiliteit.

Balans

De belans welke tijdens alle bewegingen in het dagelijks leven voorwaarde is voor stabiliteit, coördinatie en transfer worden tijdens de verschillende machineoefeningen niet op de proef gesteld. De verkregen passieve stabiliteit in machines, maakt het voor dit zeer belangrijke systeem onnodig te reageren, laat staan dat de balans zal adapteren. Om revalidatie functioneel te laten verlopen, zodat we de verkregen adaptaties ook inderdaad kunnen gebruiken, moet dit systeem in de oefenstof worden ingepast. Kortom vrije gewichten zullen ten alle tijde de voorkeur genieten indien ook dit criteria wordt vervult.

Priopioceptieve kinestaetische feedback

De informatie uit de periarticulaire structuren (buiten het gewricht gelegen) en spieren zijn van eminent belang om een beweging tijdens het verloop te kunnen blijven sturen (preventie van blessures). Daar verschillende croteria als stabiliteit, coördinatie, transfer, contractievorm etc van belang zijn voor een functionele adaptatie, zal de propioceptieve kinestaetische feedback moeten overeenkomen met de gestelde doelstellingen. Bij het gebruik van machines vallen de meeste criteria weg of worden onvoldoende en a-specifiek aangesproken. Korto wederom geen transfer, niet specifiek voor de dagelijkse activiteiten en dus weglaten van machines uit een revalidatie protocol

Synchronisatie

Synchronisatie is het functionele samenspel tussen de verschillende spiergroepen tijdens de dagelijkse activiteiten. Tijdens het tillen van een voorwerp zullen niet alleen de armspieren in een perfect samenspel moeten functoneren, de schouder en rugmusculatuur zorgen voor de noodzakelijke actieve stabiliteit zodat de armspieren überhaupt deze voor het oog een eenvoudige beweging kunnen uitvoeren. De onderste extremiteit zal op zijn beurt de basis vormen voor de stabiliteit zodat de rugmusculatuur zijn functie als actieve stabilisator kan uitvoeren. Een complete keten van spiercontracties zijn noodzakelijk in een perfecte synchronisatie om de meest eenvoudige bewegingen mogelijk maken. Dit principe wordt ook wel het "Closed Kinetic Chain" principe genoemd. Het zal duidelijk zijn dat bij training met vrije gewrichten deze synchronisatie van de spiergroepen ook inderdaad noodzakelijk is en daarbij getraind wordt. Bij machinetraining wordt door de zittende, liggende of gefixeerde houding deze synchronisatie (aktieve stabiliteit in de totale keten) nietgevraagd. In de revalidatie en preventie van aandoeningen aan het bewegingsapparaat zullen we machinetraining danook zoveel mogelijk moeten uitsluiten.

Krachtontwikkeling

In de verschillende studies is aangetoond dat de krachtontwikkeling bij het trainen met vrije gewrichten sneller verloopt in vergelijking met machinetraining voor de gelijke beweging. Dit is te verklaren uit de veel grotere verstoring van de homeostase door de noodzakelijke actieve stabiliteit en de complexe coördinatie welke bij vrije gewichten gevraagd wordt. Zie systeemeffect. Indien het doel van de revalidatie verhoging van de kracht is, zullen ook wat dit criterium betreft de vrije gewrichten de voorkeur krijgen boven de machines. 

Snelheidsontwikkeling

Vrije gewrichten kan men in zowel in de concentrische fase als in de excentrische fase versnellen afhankelijk van het doel van de training. Denk aan cyclische explosiefkracht, werp en slagkracht (pre-stretch en plyometrie), excentrische remmen etc. Bij machines zijn deze contractievormen niet mogelijk, waarbij de concentrische versnelling in sommige aangepaste apparaten binnen bepaalde grenzen mogelijk kan zijn. Echter door de afwezige synchronisatie en actieve stabiliteit is deze contractievorm in apparaten niet raadzaam uit te voeren. Indien snelheidsontwikkeling het doel van de revalidatie- en preventietraining is (o.a. training bij rugklachten, ouderen en training, valpreventie bij osteoporose, werp- en sprongtraining, chronische instabiliteit van de schouder etc.) zullen deze contractievorm uitsluitend met vrije gewichten doorgevoerd kunnen en mogen worden. 

Beweeglijkheid

De beweeglijkheid vergoten en behouden bestaat uit een tweetal componenten. Enerzijds oeten alle peri- en intra-articulaire (ín het gewricht) structuren (kapsel, synovia [gewrichtsslijmvlies], retinacula etc), de beweeglijkheid mogelijk maken, aan de andere kant moet de beweging in alle situaties worden gestabiliseerd door het musculaire apparaat. Alleen op deze wijze is een controle over het totale bewegingsverloop risicoloos mogelijk. Rekken of mobiliseren van peri-articulaire structuren is alleen dan zinvol, indien na doorvoeren van deze technieken, de bewgeing ook actief wordt getraind in de volle ROM. Indien dit niet gebeurd zal de visco-elastische eigenschap "elastic deformation" van het bindweefsel er voor zorgen dat de uitgangswaarde van voor de mobilisaties binnen 20 - 30 minuten weer wordt bereikt. "Plastic deformation" met de daaruit resulterende mogelijke morfologische adaptatie zal niet optreden. Daar we met vrije gewichten de volle ROM kunnen trainen in verschillende richtingen en daarbij gelijktijdig de coördinatie en de stabiliteit functioneel moeten aanwenden, is de training met vrije gewichten de uitgelezen manier ter verbetering of onderhoud van de mobiliteit.

Ballistische impuls

Met ballistische impuls wordt bedoeld de overgang van excentrische naar concentrische contracties en omgekeerd. Zoals al bij snelheidsontwikkeling is beschreven zijn deze overgangen in apparaten bijna onmogelijk te realiseren. Veelal wordt beweerd dat deze overgangen gevaarlijk zijn voor het bewegingsapparaat, echter het zijn de bewegingen die in de dagelijkse situaties zeer frequent voorkomen, denk daarbij aan trapaf lopen, rennen, springen, struikelen, een bal werpen, snel reageren op veranderingen, snelle bewegingsveranderingen etc. Indien juist getraind (vrije halters) zullen deze ballistische momenten geen problemen, geven in het bewegingsapparaat. Daarbij komt nog dat men door ballistische training de spierspoelmechanismen en Golgi-pees receptoren positief beïnvloed, wat op zijn beurt weer een groot preventief effect op spier-pees aandoeningen. 

Countermovement

Countermovement (voorrek) is de overgang van excentrische naar concentrisch, maar het doel de concentrische krachtsontwikkeling te vergroten (versnelling). Deze contractievorm is voornamelijk in de sportrevalidatie van groot belang. Deze bewegingen kunnen uitsluitend met vrije gewrichten gereproduceerd worden.

Systeemeffect

Onder systeemeffect wordt verstaan de effecten op het totale organismus, waarbij in de zin van krachttraining de hormonale respons een van de belangrijkste is. Omdat bij het trainen met vrije gewichten de totale spieractiviteit vele malen groter is in vergelijking met de training in machines, is de daaraan gerelateerde hormonale respons groter en specifieker Het reusltaat is onder andere de al eerder gememoreerde grotere krachtontwikkeling, maar ook de cardiovasculaire (hart en bloedvaten) en cardiopulmonale (hart-long) adaptatie (aanpassing) zal op een hoger niveau plaatsvinden. Niet voor niets wordt in de literatuur voor osteoporose patiënten en voor ouderen iin het algemeen de squat (kniebuigen) en deadlift als hoofdoefeningen beschreven, met de grootste transfer naar een functioneel en actief dagelijks leven.

Begeleiding

Omdat het trainen met vrije gewichten in de eerste paar trainingssessies zich voornamelijk richt op het coördinatieve leerproces, is een goede begeleiding terzake kundige therapeut van het grootste belang. Na deze coördinatieve fase kan de patiënt alleen zijn schema gaan afwerken, waarbij de therapeut nog regelmatig de verrichtingen van de cliënt nog volgt. Bij trainen op een machine wordt van de coördinatieve vaardigheid van de patiënt weinig tot niets gevraagd, waardoor de patiënt na een snelle instructie zijn ronde kan lopen. Helaas, zoals uit bovengenoemde punten reeds is gebleken, zal het effect van de training voor de revalidatie en preventie geen transfer kunnen verzorgen naar de dagelijkse activiteiten. Het veel gebruikte argument dat machines makkelijk en daardoor minder gevaarlijk zijn is een drogreden om op begeleiding te sparen en/of dure machines te laten aanschaffen. Bij revalidatie en preventie gaat het om de functionele en specifieke belastbaarheidsverhoging van de patiënt, deze zijn alleen door het gebruik van vrije gewichten te garanderen.

Budget

Het enorme financiële voordeel van de aanschaf van vrije gewichten tegenover de aankoop van design apparatuur, zou eigenlijk door een goede begeleiding moeten worden gecompenseerd. 

Aangezien van de adequate adaptatieprocessen weke door het gebruik van vrije gewrichten in het lichaam worden gestimuleerd, is het gebruik van vrije gewrichten ook uit het trainingstechnisch en economisch oogpunt nog van belang. De cliënt kan de oefeningen thuis op een eenvoudige manier reproduceren door gebruik te maken van de diverse materialen. Zodoende is de cliënt in staat regelmatig (noodzakelijk voor optimale adaptatie en belastingsverhoging), soms zelfs meerdere malen per dag zijn oefeningen uit te voeren (coördinatie). De patiënt is niet afhankelijk van de apparaten in het fitnesscentrum, waardoor veel reistijd en kosten worden bespaard. Deze tijd kan worden gebruikt voor de verschillende korte en adequate oefensessies. 

Het allerbelangrijkste blijft echter dat de adaptatie welke door de juiste keuze van oefeningen plaatsvindt, functioneel en specifiek van karakter is en in het dagelijks leven in sport, hobby en werk kan worden ingezet. Doordat de adaptatie een transfer heeft naar de dagelijkse activiteiten zal de patiënt gemotiveerd blijven voor de training en zal het belangrijke effect op de preventie van recidiven eveneens kunnen worden bereikt.

Algemeen

Conclusie

Samengevat kunnen we stellen dat de eerste en enige keuze binnen de revalidatie van aandoeningen aan het bewegingsapparaat, alsmede de preventieve training, zeer zeker bij ouderen, uit vrije haltertraining moet bestaan. De uitvlucht als zou training met vrije gewichten gevaarlijk en veel te moeilijk zij , kan en mag niet staande gehouden worden. Veelal zal het de therapeut zelf zijn die moeite heeft met de oefeningen en daardoor de keuzemogelijkheid aan de patiënt voorbij laat gaan.